Enter your keyword

Retinaal vasculair accident

Plotse stoornissen in de retinale bloedvaten

Retinale Vasculaire Accidenten (RVA) zijn plotse stoornissen in de retinale bloedvaten, en kunnen beschouwd worden als het broertje van de Cerebro Vasculaire Accidenten (CVA) in de volksmond ook wel ‘hersen-attack’ genoemd. De bloedvatstoornissen kunnen zich voordoen zowel in de aders (venen) als in de slagaders (arteries) van het netvlies of retina. Het meest frequent zijn de veneuze accidenten.

Wat is een veneuze afsluiting (thrombose) in het netvlies?
Door de afsluiting van één van de venen, kan het bloed niet meer worden afgevoerd. De bloedvaten zetten uit, de wanden gaan lekken en dit veroorzaakt bloedingen en vochtlekkages in het netvlies. Wanneer een kleine vene is afgesloten, vindt deze reactie plaats in een klein deel van het netvlies (takthrombose). Wanneer de grote centrale vene van het oog is afgesloten, treedt de lekkage in het gehele netvlies op (centraal veneuze thrombose). Afhankelijk van de grootte van de afgesloten vene treedt gezichtsverlies op in een deel van het gezichtsveld of neemt het totale zien af.

Indien grote gedeelten van het netvlies een zuurstoftekort krijgen, gaat het netvlies als een soort herstelreactie bepaalde stoffen afgeven die de groei van nieuwe bloedvaatjes stimuleren. Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter veel brozer en hebben een abnormale vaatwand. Ze kunnen gewoonlijk het zuurstoftekort niet compenseren en kunnen snel vocht en bloed laten lekken. Indien deze nieuwe bloedvaten zich vormen op andere plaatsten dan het netvlies (bijvoorbeeld op de iris en in de voorkamerhoek), kunnen ze aanleiding geven tot oogdrukstijging in het oog (neovasculair glaucoom).

Diagnose
De diagnose wordt gesteld door een grondig oogfundusonderzoek (=nakijken van het netvlies of de retina). Hiervoor is het nodig dat de pupillen gedilateerd worden, dit wil zeggen de pupil wordt grootgemaakt door toedienen van oogdruppels. Dit veroorzaakt een tijdelijk wazig zicht en maakt het lezen moeilijk. Daarom wordt het ten zeerste afgeraden om zelf een wagen te besturen. Tevens is het dragen van een zonnebril aan te raden.

Dikwijls is een aanvullende fluoangiografie aangewezen om de bloeddoorstroming van het netvlies in detail te fotograferen.Tevens is een OCT onderzoek onontbeerlijk om vochtopstapeling in het netvlies op te sporen en te documenteren.

Fluo4up

Hier ziet men een fluoangiografiebeeld van een centraal veneuze thrombose:
Links boven: vòòr toediening contrastvloeistof
Rechts boven: vroege fase
Links onder: midfase (perifere retina)
Rechtsonder: late fase

Op een kleurenfoto verkrijgen we volgend beeld:
CVO kleur

Met een OCT-scan verkrijgen we volgend beeld:
OCT CVO

Behandeling van veneuze vaatafsluiting

1. Algemene behandeling

De vaatafsluiting wordt veroorzaakt door veranderingen in de vaatwand. Dit kan o.a. optreden bij te hoge bloeddruk, aderverkalking, suikerziekte, te hoge cholesterol en roken. Vaak worden de patiënten daarom doorverwezen naar de internist voor een onderzoek van hart en bloedvaten. Dikwijls treedt de vaatafsluiting op bij ouderen en is er reeds een hart-of vaataandoening gekend.

2. Laserbehandeling van het netvlies

De gebieden van het netvlies met onvoldoende zuurstof kunnen met laser behandeld worden om de groei van nieuwe brozere bloedvaatjes te voorkomen. Met deze behandeling kan het ziekteproces in het oog gestabiliseerd worden om zo het resterende gezichtsvermogen zo goed mogelijk te bewaren.

Bij vocht in de macula of gele vlek kan een laserbehandeling er voor zorgen dat het vocht sneller opdroogt waardoor soms het zicht wat kan verbeteren. Wanneer deze laserpunten dicht bij het centrale gezichtspunt geplaatst worden, kan men deze nadien waarnemen als kleine zwarte vlekjes. Zeker de eerste dagen tot weken na de behandeling kan dit zich voordoen, door nog aanwezig vocht rond de laserpunten. Meestal verdwijnen deze vlekjes spontaan.

De laserbehandelig dient vooral om verwikkelingen (zoals bijkomende bloedingen en reactionele oogdrukstijging) te voorkomen en de schade te beperken.

 

laserbehandeling toestel_0

Hier ziet u arts en patiënt tijdens een laserbehandeling.

3. Intravitreale injecties met een cortisonepreparaat of een anti-VEGF preparaat

Wanneer?
Door lekkage vanuit de bloedvaten kan vocht ontstaan in het centrum van het netvlies. Wanneer deze vochtopstapeling centraal te uitgebreid is (>500µ), kan deze zwelling (oedeem) door laser alleen niet meer behandeld worden en gaat men over tot een intravitreale injectie al dan niet in combinatie met een laserbehandeling.

Wat is een intravitreale injectie?
Triamcinolone Acetonide is een hormoon uit de groep van de corticosteroïden. Wanneer dit lokaal wordt ingespoten in het glasvocht, gaat dit product een resorptie van vocht veroorzaken. Er worden soms ook nog andere cortisonepreparaten gebruikt.

VEGF (vascular endothelial growth factor) is een proteïne dat een belangrijke rol speelt in de aanmaak van nieuwe bloedvaten en de lekkage vanuit zieke bloedvaten, in het kader van maculaire degeneratie maar ook bij diabetische retinopathie en retinale vasculaire accidenten. Wanneer een anti-VEGF (bijvoorbeeld bevacizumab of ranibizumab) lokaal wordt ingespoten in het glasvocht, gaat dit product deze lekkage bestrijden.

De injectie gebeurt in daghospitaal in een steriele omgeving onder lokale anesthesie. Verwikkelingen zijn zeer uitzonderlijk. Mogelijke verwikkelingen zijn oogdrukstijging, infectie (1%), retinale bloeding (<1%), glasvochtbloeding (<1%), netvliesloslating (<1%). Meestal moet de injectie meerdere keren herhaald worden.